Liever luisteren?
Door een technisch mankementje wordt deze aflevering nog geüpload op Spotify. Volg die alvast hier.
De vinkjes.
Ik heb nieuwe kennissen. Het probleem van die eerste fase is dat je altijd nog even moet zoeken naar wat wel en niet kan. Je moet een aantal vinkjes met elkaar aftikken. Niet iedereen heeft dezelfde vinkjes. Mijn vinkjes zijn: humor, tokkie gehalte, intelligentie en nadenken. Vinkje 1. Mijn partner en ik zitten aan de grove kant van de humor schaal. Het uiterste puntje denk ik. Hoe erger hoe leuker. Ik probeer meestal middels een paar 'inkom' grapjes te polsen of ze ook aan de Hans Teeuwen en Ricky Gervais kant zitten of dat je toch beetje moet oppassen. Bij de mensen in kwestie gingen de inkom grappen er goed doorheen en naarmate de avond vorderde durfde ik de rem eraf te halen. Heerlijk. Vinkje afgetikt. Vinkje 2. Tokkie gehalte. Hier word ik zelf nog wel eens verkeerd ingeschaald. Misschien door mijn enge humor. Of ik ben best tokkie maar weet het zelf niet, dat zou ook kunnen. Zij slaagde in ieder geval met vlag en wimpel voor dit vinkje door een uitgebreid klaagbetoog over hun eigen tokkie buren en de lege bierflessen in de voortuin. Super, so far so good. Vinkje 3, nu wordt het spannend. Intelligentie. De par voor dit onderdeel is niet zo hoog bij mij. Ik wil gewoon even zeker weten dat ze niet zoals de gemiddelde Amerikaan hun eigen land in een ander continent aanwijzen op een wereldkaart. Ook dit vinkje zat meer dan goed, slimme mensen. Fijn. Slimme mensen vind ik leuk. Maar dan zijn we beland bij vinkje 4, nadenken. Vinkje 4 is cruciaal. Nadenken is iets anders dan slim. Ik ken genoeg slimme mensen die ontzettend dom zijn. Ik ben het hierover eens met Sander Schimmelpennink, veel slimme mensen zeggen domme dingen. We zaten diep in het tweede deel van de avond. Met drie vinkjes afgetikt ging ik vol goede moed verder naar vinkje 4. Het gesprek kantelde langzaam richting geloof, filosofie, het universum en grote vragen. Ik vertelde dat ik iets las over non-dualiteit. Watte? Ja, I know, misschien een beetje abstract bij nieuwe kennissen, maar wel een goede test. Ik zag aan de blik dat dit een bridge too far was. "In het kort is non-dualiteit het besef dat alles één is en er geen echte scheiding is tussen jou en de rest." vervolgde ik. De blikken werden nog glaziger en er kwam een frons bij. Shit, dit gaat niet goed. En toen gebeurde het. Nog voordat ik enige nuance kon aanbrengen om het tij te keren. Één zin die alle vinkjes ervoor in de prullenbak gooide. Hij keek mij aan en zei:
"Eigenlijk denken wij nooit na over dingen waar toch geen antwoord op is."
OH NEE. OH NEE. MAYDAY. ABORT. CANCEL. Het ging zó goed. Gast wat doe je nou. Wat zonde....
De grote vragen.
Kijk, je hoeft natuurlijk helemaal niet geïnteresseerd te zijn in de non-dualiteit theorie. Sterker, dat is ook niet mijn waarheid, maar meer een interessant gedachte experiment dat ik graag met mijn nieuwe vrienden deel. Ik ben oprecht benieuwd naar wat de ander daarvan vindt. En als je het een idioot idee vindt, dan hoor ik dat maar al te graag. Maar wat doen zij? Zij vegen niet alleen deze vraag van tafel, maar gooien alle grote vragen de prullenbak in. Tja, dat is een vinkjes-killer. Geen nieuwe vrienden, jammer dan.
De grote vragen zijn levensbelangrijk. Het zijn de vragen waar het om gaat. De vragen waar wel een antwoord op is zijn saai, die hoeven niet meer. Daarom zijn mensen die geloven in dingen als de 'flat earth-theorie' ook zo vermoeiend. We weten dat antwoord al, vriend. Er zijn tien miljoen vragen waar we het over kunnen hebben, maar jij krijgt het voor elkaar om die ene vraag die we wél weten nog een keer te stellen. Waarom in hemelsnaam? Sodemieter op.
Vragen zonder antwoorden zijn tijdloos en universeel. Het zijn de vragen die we allemaal hebben. Waar komen we vandaan? Waarom zijn we hier? Wat is de bedoeling? Wie ben ik? Wat ben ik? Wat is het doel? Het zijn universele vragen die, voor zover we weten, elke generatie van onze voorouders al probeerde te doorgronden.
Besef even hoe luxe het is om überhaupt bezig te zijn met grote vragen. Jij en ik hebben de gehele piramide van Maslow uitgespeeld. We hebben alles wat we willen, en kunnen, als je de vinkjes aftikt, dus een beetje filosoferen over grote vragen. Maar dit vermogen, deze luxe om over meer na te denken dan overleven, is een relatief jong fenomeen in onze geschiedenis. Laten we even teruggaan in de tijd om te zien hoe licht en verhalen ons vermogen tot reflectie hebben gevormd.
Eerst was het donker.
Voor het grootste deel van ons bestaan hadden we alleen de zon als lichtbron. Daarna kwam vuur en later ook de kaars. Vervolgens hebben we nog geen 150 jaar geleden de kaars ingeruild voor de lamp. Met andere woorden, de oma van mijn oma moest 's nachts het toilet vinden met een kaars. Stel dat ze de kaars niet kon vinden, dan was het donker, echt donker. Keek ze naar buiten op een heldere nacht, dan was de hemel bezaaid met duizenden lichtjes. Naar schatting zien wij nu maximaal 10% van het aantal sterren ten opzichte van vóór elektriciteit. Zonder licht was er dus meer licht, gek genoeg. Het is fascinerend om te bedenken dat voor alle mensen tienduizenden jaren lang elke avond het licht werd gedimd en iedereen was aangewezen op dezelfde sterrenhemel.
Ons soort heeft de natuurlijke neiging om patronen te herkennen, ook als die er helemaal niet zijn. Dit verklaart ook de populariteit van dingen als horoscopen of numerologie. Deze eigenschap heeft een evolutionair voordeel. In een prehistorische omgeving met roofdieren en giftige planten, was het cruciaal om verbanden te leggen. Het ritselen van bladeren kon een leeuw zijn. Zelfs als het 99 keer vals alarm was, was het beter om één keer te veel weg te rennen dan één keer te weinig. Zo leerde we ook met de sterren te werken. In het oude Egypte vertelde de ster Sirius dat de jaarlijkse overstroming van de Nijl eraan kwam en het sterrenbeeld Pleiaden was in Europa een teken voor oude gemeenschappen dat ze moesten zaaien.
En net zoals het ritselen van de bladeren vaak niets betekent begonnen mensen ook in de sterren verklaringen te zien voor onverklaarbare dingen. Oude beschavingen zochten mede in de sterren naar antwoorden voor universele natuurverschijnselen. Bliksem, aardbevingen, orkanen, vallende sterren. De mens ging verhalen vertellen. En dat brengt mij bij het tweede essentiële onderdeel van grote vragen, de orale traditie.
Hoe goed is jouw geheugen?
Het schrift ontstond pas 5000 jaar geleden. Dus iets verder weg dan de oma van oma, maar toch niet heel ver weg. In het bestaan van de mens zijn 200 generaties geleden ook niet veel. Vóór de uitvinding van het schrift was je aangewezen op vertellen en onthouden. Als je dan als puber even niet oplette tijdens de les over giftige bessen, dan was je in potentieel levensgevaar. Goed opletten dus. Dit heet orale traditie, een methode van kennisoverdracht die nu bijna verdwenen is omdat het simpelweg niet meer nodig is. Gedichten, volksliederen, sagen, mythen en sprookjes zijn niet zomaar ontstaan - ze werden zo vormgegeven omdat ons brein informatie veel beter onthoudt wanneer deze is verpakt in rijm, ritme en verhalen. De mix van emotie, herhaling en melodie activeert verschillende delen van onze hersenen tegelijk, waardoor kennis beter blijft hangen. Dat is de magie van de orale traditie.
Onderzoek laat zien dat we die geheugencapaciteit in potentie nog steeds hebben, maar nauwelijks gebruiken. Ons geheugen is aantoonbaar zwakker geworden, want we hebben deze functie volledig uitbesteed aan technologie. Als kind leerde ik tenminste nog een telefoonnummer uit mijn hoofd, ik weet mijn huistelefoonnummer nu nog, maar zelfs zo iets simpels is niet meer nodig. We hoeven niets meer te onthouden. Hiermee is niet alleen ons licht gedimd, maar ook worden onze verhalen vergeten.
We hebben de antwoorden niet nodig.
Maar zelfs nu we ons geheugen en onze verhalen aan technologie hebben overgeleverd, blijven de grote vragen terugkomen – zoals aan die eettafel, waar ik pijnlijk merkte hoe verschillend mensen daarmee omgaan. Flabbergasted probeerde ik bij te komen van het feit dat mijn potentiële nieuwe vriend zijn vinkjes had verspeeld. Langzaam maakte mijn ongeloof plaats voor een mix van melancholie en een vleugje medelijden. Met mezelf wel te verstaan. Ik ben overduidelijk een dramatische verhalen verteller, mijn gesprekspartner vond niet zichzelf maar juist mij een rare vogel met mijn gebrabbel over non-dualiteit. Het is maar goed dat ik niet in een prehistorisch tijdperk geboren ben. Door mij zouden de pubers in mijn stam de verkeerde bes hebben geplukt, met alle gevolgen van dien.
De melancholie kwam voort uit de oprechte desinteresse die breder heerst. We hebben geen tijd voor moeilijke vragen. Laat staan als er geen antwoord op te vinden is. Waarom zou je überhaupt nog naar de sterren kijken eigenlijk? Toch hebben grote vragen iets magisch. Want ze zijn universeel. Niet alleen voor iedereen nu, behalve mijn bijna nieuwe kennissen, maar ook voor iedereen voor ons. Het idee dat onze voorouders, van vikingen tot Inca's, dezelfde sterren zagen en zich dezelfde dingen afvroegen, is niet alleen geweldig, maar herinnert ons eraan dat we deel uitmaken van iets groters. De mens blijft eeuwig zoeken, ondanks dat we weten dat er geen definitief antwoord is. We hebben ons geheugen en de sterrenhemel misschien een beetje verloren, maar de grote vragen die blijven voor altijd.